Ronse - De Vrijheid Fase 2

Projectomschrijving

Jaar van uitvoering

2016 - ...

Opdrachtgever

RO

Ligging

Gebied afgebakend door de Kleine Markt, Kaatsplein, priesterstraat en Sint Hermesstraat

Fase

2
Ligging

Afbeeldingen
DSCN4076_5c7.jpg
Naamloos_panorama2.jpg
IMGP1932.JPG
IMGP2730.JPG
IMGP0158.JPG
20180821-_K4A6523.jpg
IMGP2168.JPG
IMGP2967.JPG
IMGP0285.JPG
20180821-_K4A6529.jpg
IMGP2314.JPG
IMGP3395aangepast.jpg
IMGP0464.JPG
20180821-_K4A6530.jpg
IMGP2315.JPG
IMGP3442.JPG
IMGP1021.JPG
20180821-_K4A6553.jpg
IMGP2316.JPG
IMGP3495.jpg
IMGP1021aangepast.jpg
B2F1a.jpg
IMGP2322.JPG
IMGP5257.JPG
IMGP1040.JPG
DSCN4075_f3e.jpg
IMGP2323.JPG
IMGP6325.JPG
IMGP1143.JPG
IMGP2334.JPG
IMGP6338.JPG
IMGP1716.JPG
IMGP2336.JPG
IMGP6840.JPG
IMGP1823.JPG
IMGP2397.JPG
Naamloos_panorama1.jpg
IMGP1914.JPG
IMGP2478.JPG
20180418-_K4A4207-Panobewerkt
20180821-_K4A6615.jpg
20180821-_K4A6644.jpg
20180821-_K4A6671.jpg
IMGP4470.JPG
20180506-_K4A4682.jpg
20180418-_MG_3481-2.jpg
20180418-_MG_3485.jpg
20180418-_K4A4240.jpg
20180418-_K4A4286.jpg
20180321-_K4A4061.jpg
sami
Foto 3.JPG
20180418-_K4A4279.jpg
20180418-_K4A4291.jpg
insigne_de_vrijheid_zijde_sint-cornelius_Dirk_Wollaert.jpg
insigne_de_vrijheid_zijde_sint-hermes_Dirk Wollaert.jpg
IMG_0010.JPG
1
2
3
Foto's copyright SOLVA & Dirk Wollaert
Omschrijving

In het centrum van Ronse wordt momenteel het gebied rond de Kleine Markt heraangelegd. Dit stadsdeel is het hart van de Vrijheid, een historisch kwartier dat teruggaat op een middeleeuwse heerlijkheid. Volgens de traditionele overlevering is deze terug te voeren tot de stichting van een religieuze nederzetting in de 7de eeuw n. Chr. door Amandus. De komst van de relieken van Sint-Hermes, patroonheilige van de geesteszieken, naar Ronse zorgde ervoor dat de Vrijheid vanaf de 10de eeuw tot een bedevaartsoord uitgroeide met een stedelijke kern rond de Kleine Markt.

De plannen bestaan erin de Vrijheid te herwaarderen en opnieuw zichtbaar te maken in de stad. De heraanleg van het projectgebied en de rioleringswerken gebeuren in verschillende fases en hebben een aanzienlijke impact op het archeologisch erfgoed in de Vrijheid. In overleg met het stadsbestuur is gekozen om vóór de eigenlijke werken een onderzoek op te starten en de aanwezige archeologische waarden in kaart te brengen. Naar aanleiding van de resultaten van het vooronderzoek zijn een aantal maatregelen genomen om de weerslag van de werken op het bodemarchief te beperken en dit zoveel mogelijk in situ te bewaren. Voor een deel van de archeologische sporen binnen het projectgebied kan dit echter niet, deze zullen worden opgegraven. Op 8 februari 2018 startte de opgraving in de zone rondom de Kleine Markt.

Voorlopige resultaten Kaatsspelplein, Kleine Markt en Sint-Martensstraat

Binnen en buiten het kerkhof

Het onderzochte gebied is op te delen in twee zones, van elkaar gescheiden door de kerkhofmuur. Deze loopt van de noordwestelijke hoek van de Sint-Hermeskerk tot aan café Sint-Hermes. De muur dateert vermoedelijk uit de 15de-16de eeuw en is opgebouwd uit ijzerzandsteen en baksteen. Ter hoogte van café Sint-Hermes bevindt zich waarschijnlijk een van de toegangen tot het kerkhof. Onder deze muur kwamen verschillende grachten (14de-15de eeuw) aan het licht, vermoedelijk de voorlopers van de kerkhofmuur die het domein rond de Sint-Hermeskerk afbakenden. Het gebied ten zuidoosten van de kerkhofmuur, voor de ingang van de kerk, heeft dienst gedaan als begraafplaats. Er zijn een viertal begravingen aangetroffen. De skeletten tonen aan dat het om kindergraven gaat. Ter hoogte van de toegangstrap tot de Sint-Hermeskerk ontdekten de archeologen een aantal klokkenovens. De klokken werden ter plaatse gegoten en nadien in de toren van de Sint-Hermeskerk gehesen. Het maken van dergelijke bronzen klokken gebeurde doorgaans vlakbij of soms zelfs in het gebouw waarvoor ze bestemd waren. Het onvermijdelijke brandgevaar dat het smelten van het brons en het verhitten van de oven met zich meebracht, woog niet op tegen de logistieke problemen van het transport van de meestal loodzware klokken. Een veel gebruikte productietechniek is die van de cire perdue, ofwel verloren was. Er is verder onderzoek nodig om tot een precieze datering van de ovens van Ronse te komen. 

Kapittelhuis

Op het Kaatsspelplein werden de funderingen van het kapittelhuis blootgelegd, de plaats waar het kapittel, dat de Vrijheid bestuurde, resideerde. Het gebouw maakte deel uit van het kloosterpand ten noorden van de Sint-Hermeskerk. Het kapittelhuis dateert van oorsprong uit de 12de eeuw maar de aangetroffen muren behoren tot de 17de-eeuwse fase van het gebouw. De voormalige buitengevel van het kapittelhuis wordt verwerkt in het vernieuwde uitzicht van het Kaatsspelplein. 

Middeleeuwse straten

Op het resterende deel van het Kaatsspelplein, de Kleine Markt en de Sint-Martensstraat is een hele opeenstapeling van straatniveaus, ophogingslagen en brandlagen uit de periode van de 15de tot de 18de eeuw aanwezig. Vanaf de 15de eeuw legde men er straten en pleinen aan en kreeg het gebied vermoedelijk min of meer de indeling en het uitzicht zoals we ze kennen van de historische kaarten. Telkens een bepaald straatniveau in onbruik geraakte, hoogde men het niveau op en voorzag men een nieuwe straatverharding die telkens voornamelijk uit ijzerzandstenen bestond. Tussen deze stenen vinden de archeologen tal van ‘verloren voorwerpen’ uit metaal terug: munten, rekenpenningen, pelgrimsinsignes, allerhande kleine gebruiksvoorwerpen… Ook heel veel huishoudelijk afval kwam op de straten terecht, zoals potscherven, glasscherven, etensresten enz. De brandlagen bevatten enorme hoeveelheden verbrand bouwmateriaal. Ze zijn in relatie te brengen met de verschillende stadsbranden die Ronse teisterden van de 15de tot de 18de eeuw. Waarschijnlijk nivelleerde men de verwoeste gebouwen en spreidde men deze verbrande resten uit over een grotere oppervlakte. 

Vlakbij de kerkhofmuur zijn op de Kleine Markt drie dierenbegravingen aangetroffen, vermoedelijk te dateren in de 15de-16de eeuw. Het gaat om twee honden en een varken. De dieren werden duidelijk met zorg aan de grond toevertrouwd. Opvallend is dat deze begravingen zich vlakbij maar wel net buiten het kerkhof situeren. Hoewel een symbolische betekenis dus niet uit te sluiten is, kan de locatie van de grafkuilen ook puur praktisch zijn omdat er bijvoorbeeld langs de kerkhofmuur ruimte was om het dier te begraven. 

Begijnhof

Onder de straatniveaus in het noordwestelijk gedeelte van de Kleine Markt kwamen meerdere muren in ijzerzandsteen tevoorschijn. Een van de muren was aan de binnenzijde voorzien van een tegelhaard. Deze muren zijn waarschijnlijk in verband te brengen met het begijnhof, een verwijzing hiernaar vinden we ook terug in de zogenaamde Begijnhofstraat, vlakbij de Kleine Markt. Volgens de historische bronnen bestond het begijnhof vanaf het einde van de 14de tot het einde van de 15de eeuw.

Oudere sporen

De oudste archeologische sporen in deze zone zijn verscheidene grachten en (afval?)kuilen. Deze gaan terug tot de 13de-14de eeuw. Ze dateren voor de aanleg van de straatniveaus en getuigen van een andere indeling en functie van dit deel van de Vrijheid. Verder onderzoek is nodig om hier een beter zicht op te krijgen.

Schipstraat en Begijnhofstraat

Smalle straatjes…

De opgravingen in de Schipstraat en de Begijnhofstraat zijn afgerond. Ondanks de smalle straatjes, boden ze toch heel wat potentieel. Beide straten zijn van oudsher gekend van de historische kaarten. De Schipstraat is vernoemd naar de herberg Het Schip ter hoogte van Café Centrum, de Begijnhofstraat (vroeger Bagijne- of Begijnestraatje) verwijst naar het vroegere begijnhof in de omgeving. Beiden verbinden de Kleine Markt met de Wijnstraat die de westelijke grens van de Vrijheid vormde. Op een kaart uit 1623 wordt de Wijnstraat als ‘Langhe greppe’ benoemd. Dit doet ter hoogte van de huidige Wijnstraat de aanwezigheid van een gracht vermoeden die de Vrijheid op deze locatie afbakende. De begrenzing van de Vrijheid wordt in 1315 immers omschreven als bestaande uit ‘des hayes et de fosses’ (hagen en grachten). Voorts zijn beide straatjes interessant voor de interpretatie en datering van de archeologische sporen die reeds op de Kleine Markt aanwezig waren, met name de straat- en pleinniveaus en de muren in ijzerzandsteen die mogelijk tot het begijnhof behoren.

Langhe greppe

In de Begijnhofstraat werd parallel met de Wijnstraat een omvangrijke gracht gevonden van minstens zes meter breed, de bodem van deze uitgraving lag op ongeveer 2,5 meter onder het huidige loopniveau. De opgevulde gracht loopt verder onder de oostelijke huizenrij langs de Wijnstraat. Wanneer de gracht exact gegraven werd, is voorlopig onduidelijk. Door het aangetroffen aardewerk weten de archeologen dat de gracht zeker in de 15de-16de eeuw – en mogelijk zelfs vroeger – reeds opgevuld was en uit het stadsbeeld verdween. Vermoedelijk gaat het hier om de ‘Langhe greppe’, de westelijke grens van de Vrijheid. In de Schipstraat, daarentegen, was deze gracht niet aanwezig. Mogelijk was er op deze plaats een onderbreking, misschien omdat de Schipstraat van bij de oprichting van de Vrijheid reeds als toegangsweg in gebruik was.

Straatniveaus en begijnhof

In de Schipstraat zijn dezelfde straatniveaus terug te vinden die ook op de Kleine Markt te zien waren. Opvallend zijn de weinige archeologische vondsten in deze lagen, hierdoor is het voorlopig niet mogelijk om de straatniveaus nauwkeurig te dateren. Naar analogie met de Kleine Markt zijn de oudste waarschijnlijk ook in de 15de-16de eeuw te plaatsen. Oudere sporen onder de straatniveaus zijn niet aanwezig. In de Begijnhofstraat wijken de straatniveaus enigszins af van de Kleine Markt en Schipstraat, ze zijn vermoedelijk deels recenter. Een mogelijke reden hiervoor is de aanwezigheid van het begijnhof in de late middeleeuwen (einde 14de tot einde 15de eeuw). Op de Kleine Markt zijn bij de opgraving immers enkele ijzerzandstenen muren aangetroffen die waarschijnlijk in verband te brengen zijn met het begijnhof. Onder de straatniveaus in de Begijnhofstraat zijn verschillende afvalkuilen aangetroffen die talrijke archeologische vondsten opleverden. Het materiaal lijkt eerder uit de 15de-16de eeuw afkomstig te zijn. Naast de grote hoeveelheden aardewerk en botmateriaal werd er eveneens veel leder aangetroffen, voornamelijk van schoeisel, en zelfs een fraaie metalen medaillonsluiting gevonden. Dit voorwerp bevestigde men aan het uiteinde van een lederen heupriem. Het voorkwam dat het leder uitrafelde en het hield de riem op zijn plaats. Vaak droeg het ook een versiering. Op het exemplaar van Ronse zijn vermoedelijk de letters S en M te herkennen, mogelijk de afkorting van Sancta Maria. Het is niet uit te sluiten dat deze kuilen te linken zijn aan het begijnhof en dat dit gebied deel uitmaakte van het areaal van het voormalige begijnhof. Dit zou kunnen betekenen dat de Begijnhofstraat pas aangelegd werd na het dempen van de gracht en na het verdwijnen van het begijnhof uit het stadsbeeld. 
 

Priestersstraat, Sint-Martensstraat en parking achter het stadhuis

Kerkhof

Langs de Sint-Hermesbasiliek troffen de archeologen een complexe opeenvolging van lagen aan. De oudste sporen zijn verschillende grachten, het gaat om omvangrijke uitgravingen tot soms 2,5m onder de huidige straat. Ze volgen elkaar chronologisch op en hebben steeds een gelijkaardig traject van de noordoostelijke hoek van het Albertpark, langs de zuidelijke zijde van het koor van de Sint-Hermesbasiliek in de richting van de Molenbeek. Wanneer ze exact gegraven zijn, is voorlopig nog onduidelijk. Waarschijnlijk werden ze ten laatste in de 14de-15de eeuw opgevuld. De archeologen interpreteren ze momenteel als kerkhofgrachten die het domein (kerkhof) rond de vroegere kapittelkerk (de huidige Sint-Hermesbasiliek) begrensden. Ze zijn ongetwijfeld in verband te brengen met de verschillende romaanse en gotische bouwfasen van de Sint-Hermesbasiliek. Zoals reeds vastgesteld werd op de Kleine Markt (zie onder), dempt men op een bepaald moment deze kerkhofgrachten, vervangt men ze door een (bakstenen) muur en legt men buiten het kerkhof verharde straatniveaus aan. Dit proces voltrok zich waarschijnlijk in de 15de-16de eeuw. De kerkhofmuur volgt min of meer hetzelfde tracé als de voorgaande grachten en is enkele keren verbouwd in de postmiddeleeuwse periode (16de-19de eeuw). Minstens één fase van de muur sluit aan op de zuidelijke zijde van de Sint-Hermesbasiliek. In deze zone van de Priestersstraat werden ook verschillende begravingen aangetroffen. Ze zijn te relateren aan de verschillende fases van de kerkhofgrachten en -muren. Een grondige studie ervan zal een bijdrage leveren aan de chronologie en een beter begrip van deze zone. 

Dekenije

In de Sint-Martensstraat langs het Albertpark zijn de archeologische sporen van een andere aard. Het gaat om de zone net ten oosten van het kerkhof (Albertpark). De functie van dit gebied is minder duidelijk. Zoals te zien is in het Land- en kaartboek van 1684 maakt het deel uit van het domein van de dekenij, die zich sinds de 12de eeuw langs de Priestersstraat (t.h.v. nr. 22-24) bevond. De oudste sporen in de Sint-Martensstraat bestaan uit tal van kuilen, uitgegraven in de natuurlijke bodem. Mogelijk gaat het om ontginningskuilen die in tweede instantie met afval zijn gevuld. De meeste kuilen dateren uit de late middeleeuwen (14de-16de eeuw), een aantal ook uit de vroegmoderne periode (16de-17de eeuw). In de 18de-19de eeuw wordt het gebied vooral opgehoogd en verder opgedeeld door middel van perceelsmuren. Deze muren bevinden zich haaks op een bakstenen muur vlak naast de huidige keermuur langs het Albertpark. Waarschijnlijk betreft het hier opnieuw (een 18de/19de-eeuwse fase van) de kerkhofmuur. 

Sint martens kercke

Deze kerkhofmuur loopt verder richting de Passage, de vroegere Sint-Martinuskerk. Ter hoogte van de huidige parking vonden de archeologen het verdwenen koor van de kerk. Deze bouwfase dateert uit het begin van de 19de eeuw (1829). De geschiedenis van het gebouw gaat echter minstens terug tot het midden van de 11de eeuw toen door de kanunniken twee hulpkerken voor de toenmalige kapittelkerk (huidige Sint-Hermesbasiliek) werden opgericht, respectievelijk ten noorden de Sint-Pieterskerk en ten zuiden de Sint-Martinuskerk. Deze laatste fungeerde als parochiekerk voor de opkomende handelsnederzetting rond de Grote Markt die in 1240 een stadskeure zal verkrijgen. Het patrocinium van de kerk zelf wijst op een zeer oude stichting, mogelijk van een devotiekapel uit de 7de eeuw. Van de 11de-eeuwse, romaanse fase bleef bovengronds niets bewaard. In de 15de eeuw vernieuwt men de kerk tot een tweebeukige hallenkerk met een vierkante  toren langs de westelijke zijde. Als gevolg van de bevolkingstoename in de stad op het einde van de 18de eeuw breidde men de kerk uit met een derde zuidbeuk in 1807 en een imposant transept en onderkelderd koor in 1829. De archeologen konden het noordelijk deel van het transept en koor volledig in kaart brengen. Zo werd ook een zicht verkregen op de merkwaardige opbouw van de kelder onder het koor met niet alleen een oostelijke absis maar ook een westelijke absis. Eerder onderzoek van Albert Cambier toonde aan dat deze ruimte qua opbouw sterke gelijkenissen had met de crypten van enkele kerken uit Zuid-Italië. Onder deze muren kwamen nog een aantal interessante sporen aan het licht. Het betreft onder meer een ijzerzandstenen muur, die misschien wel in verband te brengen is met de romaanse of 15de-eeuwse fase van de kerk. Voorts was ook een opmerkelijke kuil uit de eerste helft van de 16de eeuw aanwezig. De onderste vulling van de kuil bestond uit een pakket van vensterglas. Het lijkt om gebrandschilderd glas in lood te gaan, dergelijke vondsten worden doorgaans aan kerken gelinkt. Op verschillende stukken zijn geschilderde figuren en letters in gotisch schrift aanwezig. Gezien de datering van de kuil is het niet uit te sluiten dat ook hier een connectie bestaat met de middeleeuwse fases van de Sint-Martinuskerk. 

Sporen uit de volle middeleeuwen

Op de parking achter het stadhuis werd de opgraving bemoeilijkt door de aanwezigheid van enkele recent opgevulde kelders wat voor instabiele putwanden zorgde. Desalniettemin konden de archeologen enkele waardevolle waarnemingen doen. Dit deel van het onderzoeksgebied werd in de postmiddeleeuwse periode sterk opgehoogd tot ca. 2-2,5m, voornamelijk in de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw. Het terrein helde dus oorspronkelijk veel sterker af vanaf de Sint-Martinuskerk richting het oosten. Onder deze ophogingslagen kwamen onder meer enkele laatmiddeleeuwse kuilen tevoorschijn. Min of meer centraal op de parking vonden de archeologen een cluster van oudere sporen, bestaande uit kuilen en paalsporen (plaatsen waar oorspronkelijk een houten paal van een gebouw stond). De archeologische vondsten hieruit dateren in de volle middeleeuwen (10de-12de eeuw). Het gaat voornamelijk om scherven in aardewerk van zogenaamde kogelpotten, deze gebruikte men onder andere om voedsel te bereiden. Het lijkt erop dat de archeologen een zone hebben aangesneden met sporen van een of meerdere houten gebouwen uit de 10de-12de eeuw. Het is de eerste keer dat in dit gedeelte van de Vrijheid sporen uit de volle middeleeuwen zijn aangetroffen. Bij vroeger archeologisch onderzoek manifesteerden sporen uit deze periode zich voornamelijk in de omgeving van de huidige Sint-Hermesbasiliek. De aanwezigheid van deze sporen onder de parking achter het stadhuis opent perspectieven naar de vele vragen omtrent het ontstaan en evolutie van de Vrijheid in deze vroege periodes.