Omschrijving
De gemeente Denderleeuw plant een volledige heraanleg van het dorpscentrum. Hierbij worden alle open ruimtes ten noorden van de Sint-Amanduskerk omgevormd tot een groene ontmoetingsplek. Ook de bestaande wegenissen worden heraangelegd en worden er enkele wadi’s en een dubbel rioleringssysteem aangelegd. In 2025 – 2026 voerde SOLVA daarom archeologische opgravingen uit op het Dorp van Denderleeuw.
De vroegste vermelding van Denderleeuw is terug te vinden in een oorkonde van de abdij van Dielegem (Jette) uit 1146. Hierin staat dat de altaarrechten van de Sint-Amanduskerk van Lewe worden toegewezen aan de abdij van Dielegem. De oorsprong van het woord Lewe zou van het Germaanse woord hlaiwa, wat (graf)heuvel betekent, kunnen komen. Dat komt overeen met de geografische werkelijkheid, want de dorpskern rond de kerk is gelegen op een kleine verhevenheid boven de Dendervallei. Anderzijds kan de naam Denderleeuw afgeleid zijn van het Keltisch, meer bepaald van de termen l’aiwe of l’eeuwe, die vertaald kunnen worden als water. De naam Dender kwam er pas tijdens de late middeleeuwen bij. Opnieuw in een oorkonde van Dielegem (1244) heeft men het dit keer over Leeuensis super Teneram, vooral om een onderscheid te maken met andere ‘Leeuwen’ zoals Sint-Pieters-Leeuw. Verder dan deze historische bronnen is er weinig kennis voor handen over het ontstaan van Denderleeuw. Daarom zijn de archeologische restanten een belangrijke bron van informatie om de geschiedenis van Denderleeuw beter te leren begrijpen.
Tijdens de opgraving zijn sporen uit verschillende periodes aangetroffen. De oudste aanwijzingen van menselijke activiteit kwamen in de vorm van allerlei vondsten: werktuigen gemaakt uit vuursteen uit het neolithicum (5250-2000 v. Chr.), handgevormd aardewerk uit de ijzertijd (800-50 v. Chr.) en dakpanfragmenten uit de Romeinse periode. Deze oude vondsten werden allemaal in jongere sporen aangetroffen en ze vormen dus slechts een indirecte aanwijzing voor menselijke aanwezigheid uit oudere periodes. Enkele paalsporen kunnen misschien wel in de ijzertijd geplaatst worden.
Ter hoogte van het kruispunt van de Fonteinstraat met het marktplein lagen het gros van de oudste bewoningssporen. Het gaat voornamelijk om kuilen uit de 10de-11de eeuw die ondermeer grijs aardewerk met radstempelversiering en roodbeschilderd aardewerk uit het Rijnland bevatten.
Paalsporen en kuilen met verbrande leem wijzen op de aanwezigheid van een houten gebouw, omgeven door een cirkelvormige gracht. Samen vormen ze een volmiddeleeuws woonerf dat lange periode in gebruik zal blijven. De oudste fase van het erf bevat aardewerk uit de 10de eeuw, de jongere fases bevatten aardewerk uit de 11de-12de eeuw. Nadien verandert de organisatie van het centrum volledig. Er worden rechtlijnige grachten aangelegd, waarvan sommige over de volledige site lopen. De grachten bakenen wegen af waarvan sommige tot vandaag in gebruik zijn.
Tijdens de postmiddeleeuwse periode zijn talloze (ontginnings)kuilen gegraven binnen het projectgebied. Deze kuilen zitten vaak vol met puin met daarin mooie vondsten zoals scherven van baardmankruiken en munten. De postmiddeleeuwse wegtracés kunnen als de voorlopers gezien worden van de huidige straten, met uitzondering van de Fonteinstraat die tot in de 19de eeuw een smalle voetweg was. Ten noorden van de Sint-Amanduskerk zijn de funderingen, kelders en beerputjes van 18de en 19de-eeuwse woonblokken opgegraven. De rooilijn van deze huizen volgt nog steeds de afbakening van het middeleeuwse woonerf. Sommige van de huidige perceelsgrenzen en een deel van het huidige stratenpatroon gaat dus meer dan 1000 jaar terug in de tijd!
Verspreid over het projectgebied zijn zo’n 40-tal menselijke skeletten opgegraven. Het merendeel van de begravingen lag aan de kerk en volgde de kerkhofmuur die rond 1900 is afgebroken voor de aanleg van het huidig marktplein, daarvoor is een groot stuk van het terrein voor de kerk afgegraven, waardoor tijdens de opgraving enkel de diepst begraven skeletten intact teruggevonden zijn. Er zijn minstens twee fases te onderscheiden bij de begravingen op basis van de oriëntatie van het skelet en de positie van de armen.
Opmerkelijk is dat er buiten de kerkhofzone ook enkele begravingen teruggevonden zijn. Deze skeletten zijn slechter bewaard gebleven en zijn door jongere sporen deels vergraven. Op basis van het uitzicht van de graven en de oversnijdigen met jongere sporen zijn deze graven in de vroege middeleeuwen te plaatsen. Verder onderzoek zal de relatie tussen de vroegmiddeleeuwse begraafplaats en de begraafplaats rond de Sint-Amanduskerk onderzoeken. Was er op dat moment al een houten kerk of bidplaats aanwezig, en was er een heel groot kerkhof? Of is er geen directe link tussen de vroegmiddeleeuwse begraafplaats en de kerk?
De eerste resultaten schetsen een beeld van hoe het dorp zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld, van het neolithicum tot de middeleeuwen en zelfs de tijd van Napoleon.
Ligging
Ligging
Dorp, 9470 Denderleeuw
Opdrachtgever

Foto's
Downloads
Contactpersoon

