TERUG

Ninove – Stuypenberg – Outer

Tijdens de opgraving voorafgaand aan de aanleg van een nieuw hockeyveld met clubhuis en een gebied voor dagrecreatie met landschappelijke waarde door de stad Ninove zijn sporen teruggevonden uit de steentijden, de Karolingische periode, de volle middeleeuwen, de late middeleeuwen en de postmiddeleeuwen. Verspreid over de site zijn talrijke silexartefacten aangetroffen. Deze bevonden zich allen in secondaire contexten: in middeleeuwse sporen en windvallen. Een kuil met sporen van in situ verbranding leverde eveneens silex op. Een aantal gebouwplattegronden zijn vermoedelijk te dateren in de Karolingische periode. Meer bepaald gaat het om twee grote éénschepige gebouwplattegronden, vermoedelijk woongebouwen, twee kleinere gebouwplattegronden, eveneens eenschepig en drie vierpalige spiekers. Naast deze gebouwplattegronden zijn ook nog enkele begravingen aangetroffen. Het gaat om 3 inhumaties en een krengbegraving. Centraal op het terrein bevindt zich een woonzone afgebakend door een rechthoekige enclosgracht die meerdere fases kent, en een bewoning overbruggen van de volle t.e.m. de late middeleeuwen. Binnen de volmiddeleeuwse enclosgracht zijn twee, dieschepige gebouwplattegronden en enkele spiekers opgetekend. In de zuidoostelijke hoek van de enclos ligt tenslotte nog een zespalige spieker waarbinnen kuilen zijn aangetroffen met smidse afval. Ook buiten de grenzen van de enclosgracht zijn sporen uit de volle middeleeuwen aangetroffen. In het noordoosten van het terrein treffen we onder meer, meerdere NW-ZO georiënteerde grachten aan, die aflopen naar een poel, die eveneens kan gedateerd worden in de 12de eeuw. De archeologische opgraving toonde aan dat de afbakenende enclosgracht verschillende fases kent.  De aardewerkvondsten getuigen van een volmiddeleeuwse én een laatmiddeleeuwse fase, waarbij de laatmiddeleeuwse fase ook een rechthoekige, maar kleinere woonzone afbakent. Voor de laatmiddeleeuwse fase kan een datering vooropgesteld worden vanaf ten vroegste 1175 tot in de 13de eeuw. In tegenstelling tot de volmiddeleeuwse fase, kunnen voor de laatmiddeleeuwse fase geen gebouwen geassocieerd worden met de enclosgracht. Tenslotte is in de westelijke helft van het terrein een niet nader te dateren grote lineair spoor opgetekend. Een gracht met NO-ZW oriëntatie verbindt verschillende halve cirkels. Mogelijk hebben we maken met de restanten van een loopgraaf of geschutstelling uit één van de wereldoorlogen.

 


Foto’s