Oudenaarde – Bruwaan Noord – Eine

Omschrijving

Het archeologisch onderzoek gebeurde naar aanleiding van de geplande aanleg van een nieuw bedrijventerrein Bruwaan Noord.

De oudste aangetroffen vondsten zijn hoofdzakelijk afkomstig uit de opvulling van de natuurlijke deflatiekommen. Daarin werden op regelmatige tijdstippen en plaatsen vuurstenen artefacten aangetroffen, die hoofdzakelijk in het neolithicum te situeren zijn.

Tot de oudste sporen behoren een finaalneolithisch gebouw en drie finaalneolithische graven. Tussen het gebouw en de graven ligt een afstand van ca. 375 m. Het is voorlopig nog onzeker is of er een relatie bestaat tussen de bewoning en de begraving.

Opvallend is een cluster van zogenaamde jachtkuilen (18-tal) die voorlopig te situeren zijn in de late prehistorie of vroege metaaltijden. Het gaat om diepe trechtervormige kuilen die dienden voor de vangst van klein wild. Een mogelijke relatie tussen deze kuilen en de finaalneolithische bewoning dient verder onderzocht te worden. De staalnames op deze kuilen bieden mogelijkheden naar landschapsreconstructie voor deze oude periodes, al wordt een lage conservatiegraad verwacht van pollen en marcobotanisch materiaal, gezien de ligging boven de grondwatertafel. Omdat de kuilen nauwelijks vondsten opleverden, zal de datering ervan moeilijk zijn. Hiervoor zijn verschillende OSL-staalnames gebeurd. In de bovenste pakketten werden wel regelmatig (vrij veel) houtskoolfragmenten aangetroffen. Om de levensduur en de ontstaanswijze van deze kuilen beter te kennen, werd advies ingewonnen bij een bodemkundige.

Verder is er ook een duidelijk gebruik van de terreinen in de ijzertijd en bronstijd, al werden geen woonhuizen teruggevonden. Wel werden kleinere constructies aangetroffen zoals spiekers en bijgebouwtjes, een weg, enkele greppels en kuilen. Opvallend is dat twee van de kuilen de resten van een verlatingsdepositie bevatten, in de vorm van verbrande(?) en gebroken weefgewichten. Daarnaast kwamen ook de (slecht bewaarde) restanten van een funerair enclos met beenderpakgraven aan het licht. De ruimtelijke spreiding van de sporen is vrij diffuus, maar ze komen het meest voor op de zuidelijke helft van het terrein.

Uit de Romeinse periode liggen een aantal crematiegraven verspreid over het terrein. Wat hierbij opvalt is dat verschillende van de graven voorzien zijn van een aparte kuil waarin bijgiften zijn meegegeven. Deze traditie wordt sporadisch aangetroffen binnen het Nervische gedeelte van zuid-Oost-Vlaanderen, maar op deze terreinen, gelegen binnen Menapisch gebied, is deze traditie opvallend meer aanwezig. De nissen bevatten aardewerk recipiënten zoals een kruik, borden, bekertjes, … maar ook andere vondsten zoals fibulae, glazen parfumflesje, etc.

Voor de middeleeuwen kwamen de indirecte restanten aan het licht van een houten staakmolen uit de 15de eeuw. Verspreid over het terrein zijn ook verschillende leemwinningsputten vastgesteld die vermoedelijk ook uit de 15de dateren.  Waarschijnlijk vond de ontginning plaats voor de productie van bakstenen of dakpannen. De diepte van de ontginning werd vastgesteld tot ca. 8 m diep. Opvallend is dat de onderzochte groeves alle drie van een gelijkaardige toegangstalud voorzien waren, waarover karren konden rijden om in de putten af te dalen.

Van de slag van Oudenaarde in 1708 zijn eveneens sporen en vondsten bewaard gebleven, hoewel de terreinen gelegen zijn aan de periferie van het slagveld. Het vooronderzoek had al vondsten aan het licht gebracht door middel van een metaaldetectieonderzoek en enkele kampementsporen. Bij de opgraving werden nog verschillende andere kampsporen gevonden. Het gaat meestal om eenvoudige zitkuilen met kooknis. De sporen liggen duidelijk geclusterd in een bepaalde zone van het terrein. Vermoedelijk gaat het om het kamp van 12 juli 1708, dat plaats vond de dag na de slag, van de geallieerden (Nederlanders, Engelsen, Oostenrijkers, Denen, Duitsers, …). Opvallend is het graf van een soldaat, dat zich situeert binnen de contouren van het legerkamp. De kans bestaat dat de begraven man van Franse of Zwitserse origine is, gezien hij dodelijk werd getroffen door een loden kogel uit een vijandelijk wapen. Dat kon afgeleid worden op basis van de aangetroffen geweerkogel. Waarom deze man een individueel graf kreeg, terwijl het gros van de op het slagveld gesneuvelde soldaten in massagraven werd gedumpt, is nog onduidelijk. Een verklaring kan zijn dat het om een kapitein of lage officier zou kunnen gaan.

Resten uit WO I zijn eveneens vrij aanwezig op de site. Het betreft verschillende schuttersputjes en bomkraters. In de putjes zijn ongebruikte kogels van Amerikaans makelij teruggevonden.

Ligging

Ligging

Gebied afgebakend door Hoge Bunder, Molenstraat, N60, 9636 Oudenaarde , België

Opdrachtgever

Foto's

De Slag bij Oudenaarde 1708

Downloads

Contactpersoon

Arne Verbrugge
archeoloog

[email protected]

053 73 74 29

0496 52 05 57