Omschrijving
De stad Oudenaarde wenst wegenis- en rioleringswerken uit te voeren in Mater. Mater kent een boeiende ontstaansgeschiedenis die tot op heden echter voor een groot deel nog gebaseerd is op indirecte aanwijzingen of legendes. Zo verschijnt Mater, dan nog Materna, voor het eerst in de geschriften in de late 9de en 10de eeuw. Daarvoor zouden er echter al meerdere nederzettingen gelegen zijn op het grondgebied van Mater, mogelijk teruggaand tot de 6de eeuw. In de 8ste eeuw zou de heilige Amelberga naast haar woning een kerk hebben laten bouwen, gewijd aan Sint-Martinus. Deze zou te situeren zijn ter hoogte van de huidige Sint-Amelbergakapel. De huidige Sint-Martinuskerk dateert vermoedelijk uit de tweede helft van de 17de eeuw of het begin van de 18de eeuw.
Op 17 september 2024 startte een team archeologen van SOLVA met opgravingen rondom de Sint-Martinuskerk te Mater. Dit in het kader van de wegenis- en rioleringswerken die rondom het Materplein uitgevoerd zijn.
Tijdens de opgraving vormde de natuurstenen fundering van een vermoedelijke westertoren de blikvanger. De vierkante constructie heeft een binnenruimte van ca. 6,73m op 6,77m. met ca. 2,20m brede wanden. De noordelijke wand werd destijds verbreed en kent in zijn laatst fase een breedte van ca. 3,40m. De funderingen hebben een duidelijk andere oriëntatie dan de huidige Sint-Martinuskerk, die opgetrokken werd in 1780. Er kunnen verschillende bouwfases herkend worden, die nog verder onderzocht zullen worden. De funderingen zijn hoofdzakelijk opgebouwd uit ijzerzandstenen, maar ook brokken Doornikse kalksteen, kalkzandsteen, veldsteen en tegulae-fragmenten zijn vervat in een vrij zachte zandige kalkmortel. Ook bevindt er zich een oudere halfronde natuurstenen constructie, mogelijk een traptoren, in de zuidwestelijke hoek van de westertoren.
Daarnaast zijn in totaal liefst 274 menselijke begravingen blootgelegd, te dateren vanaf de volle middeleeuwen tot enkele kindergraven uit de jaren ’30 en ’40. Uit de volle middeleeuwen, ouder dan de 12de-eeuwse natuurstenen fundering van de westertoren, onderscheiden we kist- en kuilbegravingen. Het grootste aandeel aan kuilbegravingen is antropomorf, graven die de menselijke omtrek sterk benaderen. De plaats van de vroegere westertoren werd vermoedelijk een kerkplein aangezien hier geen postmiddeleeuwse begravingen werden aangetroffen en de middeleeuwse begravingen gespaard zijn gebleven.
Ondanks het gebruik als kerkhof en de postmiddeleeuwse bewoning zijn ook meerdere paalsporen, kuilen en greppels geregistreerd uit de volle middeleeuwen. Het vondstmateriaal uit sommige van deze sporen, fragmenten grijs aardewerk en Rijnlands Roodbeschilderd bijvoorbeeld, impliceert een datering in de volle middeleeuwen. Twee greppels lopen parallel en kennen een west-oost oriëntatie. Mogelijk waren ze bedoeld voor drainage/afwatering van het terrein en/of als erfafbakening. Opvallend is wel dat ten zuiden van deze greppels geen oudere begravingen voorkomen, mogelijk kan dan ook gedacht worden aan twee fases van de vroeg-volmiddeleeuwse kerkhofafbakening.
Voor de late middeleeuwen kunnen we twee grote leemontginningskuilen vermelden. Het aantal kuilen, wel kleiner in formaat, neemt toe in de postmiddeleeuwen. Gezien het ontbreken van grote concentraties bouwpuin en aardewerk zullen de kuilen ook eerder voor ontginning gediend hebben dan voor het dumpen van afval.
Ook meerdere restanten van de historische bebouwing werden blootgelegd. Het gaat om bakstenen funderingen en kelders van huizen die ook op oude kaarten uit de 18de en 19de eeuw te zien zijn, zoals deze van het oud Gemeentehuis. Ten slotte vermelden we nog de aangetroffen 18de – 19de-eeuwse wegniveaus onder het Marktplein. Het gaat over twee fases van onregelmatige natuurstenen wegdekken met hier en daar takjes en plankfragmenten tussen de stenen. Onder deze twee wegniveaus bevonden zich nog aarden wegniveaus, waarin de karresporen duidelijk zichtbaar zijn.
Ligging
Ligging
Materplein, 9700 Oudenaarde
Opdrachtgever

Foto's
Downloads
Contactpersoon

